GemertBakelDe MortelMilheezeElsendorpHandelDe Rips

Home
Onderwijs
Uw verhaal
Foto's
Verhalen
Uw reactie
Informatie


G003 Een hoofd vol herinneringen ...

Klik voor vergroting

Klik voor vergroting

Klik voor vergroting

Klik voor vergroting

Mevrouw A. van Asseldonk is 88 jaar. Ze is geboren en opgegroeid in Gemert, heeft daar 31 jaar als verloskundige gewerkt en er ook de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Toen de oorlog begon in 1940 was ze 22 jaar. Ze woonde met haar moeder, (haar vader is verongelukt toen ze 6 jaar was) drie zussen en twee broers in Gemert in de Nieuwstraat, de huidige winkelstraat. Daar hadden ze een textielwinkel waar ze ook aan woonden. 
Mevrouw van Asseldonk vertelt ons hoe zij de oorlog heeft ervaren. 

Toen de oorlog uitbrak was het natuurlijk nog niet zo dat je televisie en zo had, dus hoe wij erachter kwamen dat de oorlog was begonnen, dat weet ik nog wel. Dat was op een zaterdagmorgen en wij hadden dus een winkel en het was opeens druk op straat en mijn zus kwam naar binnengelopen en zei: Mama, kom eens kijken want er zijn zulke rare soldaten. Mijn moeder ging kijken en zei: Vooruit allemaal naar binnen en de deur op slot, want dat zijn Duitsers! Toen vielen ze Gemert dus binnen.  
En een paar dagen later waren er overal Duitsers. Opeens moesten we allemaal de huizen uit. Ze bonkten op de deuren en de ramen en alle bewoners uit onze straat moesten naar buiten komen, wij dus ook. Onze buurvrouw kon heel slecht lopen, maar ze moest gewoon, hup het huis uit. We werden allemaal verzameld op het Borretplein, dat is nu het Ridderplein. Daar moesten we met heel veel mensen op een rij gaan staan. En de soldaten gingen achter ons met machinegeweren liggen en schoten over ons hoofd naar het kasteel omdat ze dachten dat daar Nederlandse soldaten waren, maar die waren allang weggevlucht. Wij stonden daar als beveiliging voor de Duitsers zodat de Nederlandse soldaten niet terug konden schieten, anders schoten ze op ons. En toen was er een man, die was geestelijk niet helemaal goed, en die kwam in opstand. Die kwam van zijn plek en ging tegen de Duitsers protesteren en ze schoten hem meteen dood, dat was wel ontzettend schrikken, niemand protesteerde meer. 
Vanaf toen begon alles geleidelijk aan te veranderen: het eten werd steeds minder, er was weinig handel dus alles werd veel schaarser. Dat merkten we ook in de winkel. Nadat de oorlog uitbrak, was de winkel binnen de kortste keren leeg gekocht, want iedereen ging voorraden kopen. Mijn moeder was zo slim om een gedeelte, dus stoffen en zo, in een keldertje op te slaan. Die stoffen konden we weer verruilen voor van alles, we hadden zelfs meubilair verruild. Ik ben jaren later nog eens, als verloskundige bij een patint een tafel tegengekomen, die wij toen hadden verruild.  
Ook hadden we een keer iets geruild voor een half varken van een vaste klant. Maar het vervoeren werd een beetje moeilijk, omdat er natuurlijk overal controle was. Die had de ham als een kindje aangekleed, zette hem in een kinderstoeltje achter op de fiets en kwam m zo brengen. 
Mijn broer was in de leeftijd dat hij in Duitsland moest gaan werken, maar hij was onder gaan duiken in Keldonk bij een boer. Dat was best angstig, maar we hadden wel het idee dat het goed zou komen op een of andere manier. Er zaten daar nog twee andere jongens ondergedoken waarmee mijn broer een zanggroepje had gevormd. En dan traden ze op voor de andere onderduikers daar. Ze heetten de Yahamas. Het moest wel allemaal heel stiekem. Niemand mocht het weten, dus iedereen kwam er gecamoufleerd naartoe. En dan hielden mensen buiten de wacht voor het geval er plotseling controles kwamen. 
Toen ze in Keldonk zaten, was er ook een keer een Engels vliegtuig in de buurt neergestort. Die jongens vonden dat vliegtuig natuurlijk prachtig, dus die hadden daar allemaal onderdelen van afgesloopt. Dat moest wel heel vlug gebeuren, want de Duitsers kwamen er heel vaak. Die hadden op een gegeven moment gezien, dat er dingen vanaf waren gestolen. Toen werd er een bericht bekend gemaakt, dat die onderdelen teruggebracht moesten worden, anders werden er Nederlanders omgebracht. We hadden toen de schrik van ons leven en mijn moeder was heel boos op mijn broer. Ze wilde dat hij die spullen meteen terug ging brengen. Toen werd bekendgemaakt, dat mensen die vliegtuigspullen hadden, die s nachts op de stoep bij de gemeente konden leggen. Dat hadden ze dus gedaan en er lagen toch ook wel enkele zakken met spullen. Er waren dus veel mensen die toch iets van dat vliegtuig mee hadden genomen. 
Ja, en toen kwam de bevrijding. De Engelsen kwamen Nederland binnen. De Duitsers hadden een vluchtweg via Veghel richting Nijmegen. Daar maakten de Engelsen toen een opmars om de Duitsers weg te jagen. En gingen ze aan het beschieten, maar het ging een beetje uit de richting en dat kwam toen op Gemert terecht en er waren drie huizen kapotgeschoten: dat was ons huis, het huis wat daarnaast stond en het huis ertegenover. Die huizen waren behoorlijk kapot geschoten. Ons huis had de meeste schade en was zo kapot dat het helemaal afgebroken moest worden.  
Toen dat beschieten begon, zouden we eerst thuisblijven maar er werd nogal druk geschoten. Mijn moeder zei toen dat we beter in de schuilkelders tegenover konden gaan. Daar was vroeger een brouwerij. Toen de beschieting over was, kwamen we naar buiten en toen stonden we voor ons huis. Mijn moeder zei dat het nog wel meeviel. Maar aan de voorkant kon je de schade niet zo goed zien en toen we aan de achterkant kwamen, zagen we dat het helemaal kapot was: het dak lag gewoon beneden op de tafel.  
Maar we hadden ook twee honden. De ene was mee de schuilkelder in gegaan, maar de andere hadden we niet meer gezien. We wisten niet waar die was. 
Dat hondje zat dus onder de tafel tussen het puin. Wij riepen hem maar, maar hij was verstijfd van schrik en uiteindelijk na even te hebben geroepen begon zijn staartje te bewegen. Toen kwam hij pas bij zijn positieven, maar hij had het wel overleefd. 

Auteur: Jeanine Berkvens en Inge van Asseldonk
 



Nieuwe verhalen in Gemert:

G012 ULO-lied 1944

De Willibrordus-ULO van vroeger, voorloper van de Willibrordusmavo, Macropediuscollege en Commanderij College had een eigen ULO-lied, geschreven door...
Lees verder...


G 011 Want kwijt

Het moet in de koude tijd van 1954/1955 zijn geweest. Ik woonde nog maar een paar jaar in Gemert. Voor het gevoel van een Indisch manneke van zes jaar...
Lees verder...


G010 Vastenkaart

In de vastentijd wou ons moeder, dat wij iedere dag naar de kerk gingen. Wij woonden in de Pandelaar. Van school kregen wij een kaart met allemaal vak...
Lees verder...


G009 Romme voor Trui

Vroeger woonden wij in de Pandelaar. Langs ons woonde Trui met haar dochters Pieta en Stien. Pieta is getrouwd, maar Stien bleef bij Trui haar moeder....
Lees verder...


G008 Veel moed nodig voor verzet ...

Mijn oma was 5 jaar oud toen ze hoorde dat de oorlog begon. Het werd van te voren al wel aangekondigd dat de Duisters zouden aanvallen, maar het was n...
Lees verder...