|
B001 Het Baokels LanterskeHeb je nooit gehoord van het Baokels Lanterske? Dat is goed mogelijk, want het is een van de vele, vele anekdotes die er van en over Bakel opgetekend zijn. Hoe was dat ook weer? In vroeger tijden moest men in Bakel alle afstanden stapvoets of met paard (of os) en kar afleggen. De wegen waren onverhard en bijna onbegaanbaar en er was geen straatverlichting aanwezig. Toen in die tijd deed er zich de volgende gebeurtenis voor.
In een afgelegen buurtschap was iemand ernstig ziek geworden en men vreesde het ergste. Daarom werd de naaste buurman gevraagd om naar het dorp te gaan (dat was burenplicht) om de pastoor te vragen om de laatste sacramenten aan de zieke toe te komen dienen.
De buurman is spoorslags naar het dorp gelopen en klopte aan bij de pastorie en vertelde zijn boodschap. Onmiddellijk haastte de pastoor zich om met hem mee te gaan. Buiten gekomen bleek het aardedonker te zijn en de pastoor had grote moeite om de boodschapper te volgen. Hij vroeg: "Hè, waar ben je eigenlijk, ik zie geen hand voor ogen, wacht op mij en loop niet zo hard". Na dit enige malen herhaald te hebben, heeft de buurman tegen de pastoor gezegd: "Ik trek mijn hemdslip uit mijn broek en daar moet je goed naar blijven kijken en dan vinden wij de weg". En zo zijn ze samen door de duisternis toch goed bij de ernstige zieke aangekomen.
Van af deze gebeurtenis was in die tijd het Baokels Lanterske algemeen bekend.
Auteur: Driek Smits |
|