GemertBakelDe MortelMilheezeElsendorpHandelDe Rips

Home
Verhalen
Informatie
Uw reactie


DM006 Over een hooimijt, vlooien en aardappelplanten

Eerder heb ik al over de belevenissen van mijn vader aan het begin van de oorlog verteld. Ik zou ook vertellen over zijn avonturen als onderduiker. Vanavond was hij op bezoek en tekende ik zijn verhaal op. Opmerkelijk is het als blijkt dat twee verhalen elkaar overlappen, namelijk dat van “opa” Van Mierlo en dat van mijn vader. 
 

Marinus Kuipers, nu 84 jaar, toen een jaar of achttien, vertelt: “We hoorden dat alle jonge jongens zich moesten melden voor de “arbeidseinsatz” in Duitsland. Wat dat precies was wisten we niet, maar dat onze Harrie en ik daar niet veel zin in hadden stond vast. We hoorden dat er her en der leeftijdsgenoten ondergedoken waren en besloten daar ook voor te kiezen. 
Soms kwamen er Duitse soldaten in de Peel. Die gingen dan alle huizen binnen om te kijken of er jonge mannen aanwezig waren. Maar wij waren er dan altijd al vandoor. Dat kwam omdat postbode Van der Zanden uit Gemert ons vooraf kwam waarschuwen. Deze postbode zat in het verzet en hij heeft ons hiermee vaak gered. 
 
Eén keer waren we net op tijd om bij boer Keursten in De Mortel tussen de aardappelplanten te duiken en daar plat te blijven liggen tot het donker werd. Later bleken nog meer jongens uit de buurt op deze manier te zijn gevlucht. We sloten ons bij elkaar aan en al snel waren we met een groep van zo’n negen man. Ergens in de buurt van de Smagt hebben we samen een hooimijt uitgehold en daar sliepen we dan. Het was er niet zo koud, maar we zaten onder de vlooien. Een paar man hield de wacht, zodat we bij onheil konden vluchten. Als het kon, gingen we overdag weer naar huis. Zeer tegen de zin in van ons moeder. Tijdens het nachtelijke op wacht zitten hebben we soms ook een paar verzetsmannen zien langskomen. Zij hadden ergens in de buurt (Stippelberg) een ondergrondse schuilplaats en saboteerden ‘s nachts in Duitse uniformen het zoeklicht dat bij Schuurmans (?) bij Elsendorp stond. We hadden wel een idee waar ze ongeveer zaten, maar exact wisten we het niet. Ondertussen zakte de hooimijt alsmaar dieper in en was het er nat, vies en kriebelig, maar de Duitsers hebben ons nooit te pakken gekregen en daar ging het om.” 
 
Waaruit de groep onderduikers naast zijn broer Harrie en hijzelf precies bestond weet mijn vader niet meer met zekerheid te zeggen: Jan en Martien Crooijmans, neef Jan Cornelissen, Marinus en Wim Meulenpas, Jan van Mierlo (!), de gebroeders Van Bommel en Manders en Guus van Mill waren er allemaal wel eens bij. 
 

Auteur: Ton Kuipers
 



Nieuwe verhalen in De Mortel:

DM006 Over een hooimijt, vlooien en aardappelplanten

Eerder heb ik al over de belevenissen van mijn vader aan het begin van de oorlog verteld. Ik zou ook vertellen over zijn avonturen als onderduiker. Va...
Lees verder...


DM005 De mandenmaker, de soldaat, zijn zoon en vrienden voor het leven

In mijn vorige bijdrage heb ik verteld hoe de Mortelse familie Kuipers onderdak vond in Beek en Donk. Dat verhaal is nog niet compleet. We zagen al da...
Lees verder...


DM004 Fiets tegen de muur

Mijn vader, Marinus Kuipers, woonde in de tijd dat de oorlog uitbrak als bijna zestienjarige jongen in de Mortelse Peel. Hij woonde daar in een klein...
Lees verder...


DM003 Er was overal heel veel schrik ...

Wij hebben meneer en mevrouw Van den Heuvel geïnterviewd. Zij woonden vroeger in De Mortel en nu nog steeds. Van het interview hebben wij geleerd...
Lees verder...


DM002 Oorlogstijd in De Mortel

Opa van Mierlo is in 1924 geboren, dus hij was 16 jaar oud toen de oorlog begon. Samen met zijn familie: vader, moeder, vijf zussen en vier broers bra...
Lees verder...