GemertBakelDe MortelMilheezeElsendorpHandelDe Rips

Home
Verhalen
Informatie
Uw reactie


DM005 De mandenmaker, de soldaat, zijn zoon en vrienden voor het leven

In mijn vorige bijdrage heb ik verteld hoe de Mortelse familie Kuipers onderdak vond in Beek en Donk. Dat verhaal is nog niet compleet. We zagen al dat mijn vader met broer en zus over de opgeblazen brug in Beek en Donk naar hun evacuatieadres gingen.  
 

Dat adres was bij de mandenmaker Kweens ergens tussen Beek en Donk en Lieshout. Vlak achter hen waren de Duitsers ook over de brug getrokken en er werd hier en daar nog geschoten tussen terugtrekkende Nederlandse soldaten en de Duitse doodskoppentroepen.  
Drie soldaten die eerder uit het kasteel van Gemert waren gevlucht werden door de Duitsers achtervolgd. De Hollanders gingen het huis binnen waar mijn vader en zijn familie in grote angst in de kelder verbleven.  
 
Er werd flink op het huis geschoten, jaren later waren de kogelgaten nog altijd te zien. De Duitsers gooiden zelfs een handgranaat vlakbij het kelderraam. De Hollanders trokken snel hun uniform uit in de hoop dat de Duitsers hen voor boeren aan zouden zien. Dat ze daar nooit in zouden trappen hadden de soldaten gauw genoeg in de gaten en omdat één van hen een gezin had, werd besloten dat de andere twee zich zouden overgeven aan de Duitsers, terwijl de ene in de kelder zou blijven. In de kelder lagen aardappelen en de soldaat ging er tussen liggen, de familie ging bovenop hem zitten. Mijn vader heeft nooit begrepen waarom de Duitsers hen niet hebben gevonden want ze doorzochten heel het huis, behalve de kelder.  
 
Arie van Vliet, zo heette de soldaat die uit Rotterdam kwam, ging mee naar de Peel toen de familie met Pinksteren terugging naar huis. Om niet op te vallen zou hij het paard leiden, want verhuizen ging met paard en kar in die tijd. Toen Arie hoorde dat Rotterdam zwaar gebombardeerd was, had hij geen rust meer. Hij moest en zou naar huis.  
 
Een paar jaar later, toen de hongerwinter uitbrak, stuurde Arie zijn zoontje naar de Peel. In de stad was bijna geen eten meer te krijgen en hij hoopte dat zijn zoon bij de familie die hem ooit zo geholpen had, betere tijden zou meemaken. Het zoontje kwam de winter goed door en leerde in de Peel fietsen op een fiets met houten banden. Later werd hij zelfs wielrenner. (Ik heb nooit kunnen achterhalen of Arie van Vliet zelf de bekende wielrenner van die tijd was, die kwam echter uit Woerden en dat strookt niet met onze Arie uit Rotterdam). 
 
Toen de oorlog al lang voorbij was kwam de Rotterdamse familie nog regelmatig langs in de Peel. Ik kan me als klein jongetje nog wel iets herinneren van die mensen die zo raar, ik meende deftig, praatten. Ook na het overlijden van mijn grootouders kwam er tegen Kerst nog lang een kaartje. Toen hield het op… 

Auteur: Ton Kuipers
 



Nieuwe verhalen in De Mortel:

DM006 Over een hooimijt, vlooien en aardappelplanten

Eerder heb ik al over de belevenissen van mijn vader aan het begin van de oorlog verteld. Ik zou ook vertellen over zijn avonturen als onderduiker. Va...
Lees verder...


DM005 De mandenmaker, de soldaat, zijn zoon en vrienden voor het leven

In mijn vorige bijdrage heb ik verteld hoe de Mortelse familie Kuipers onderdak vond in Beek en Donk. Dat verhaal is nog niet compleet. We zagen al da...
Lees verder...


DM004 Fiets tegen de muur

Mijn vader, Marinus Kuipers, woonde in de tijd dat de oorlog uitbrak als bijna zestienjarige jongen in de Mortelse Peel. Hij woonde daar in een klein...
Lees verder...


DM003 Er was overal heel veel schrik ...

Wij hebben meneer en mevrouw Van den Heuvel geïnterviewd. Zij woonden vroeger in De Mortel en nu nog steeds. Van het interview hebben wij geleerd...
Lees verder...


DM002 Oorlogstijd in De Mortel

Opa van Mierlo is in 1924 geboren, dus hij was 16 jaar oud toen de oorlog begon. Samen met zijn familie: vader, moeder, vijf zussen en vier broers bra...
Lees verder...